Lang geleden, toen er nog geen vriezers, koelinginstallaties en vliegtuigen bestonden, was conserveren noodzakelijk om de winter door te komen. Vers voedsel was schaars. De productie en verspreiding van voedsel was gebonden aan seizoenen en transport was een tijdrovende aangelegenheid. Om derf te voorkomen en het hele jaar rond te kunnen eten moest er gedroogd, gerookt, gepekeld of op zuur gelegd worden.

Toen de Franse bakker en uitvinder Nicolas Appert zo’n 200 jaar geleden - op vraag van Napoleon - ontdekte dat voedsel langer houdbaar wordt als je het maar lang genoeg verhit vond er een revolutie plaats. De mensheid werd minder afhankelijk van seizoensopbrengsten en kon voedsel langer bewaren voor perioden van schaarste.

In de loop van de negentiende eeuw is dit waarschijnlijk één van de factoren geweest die de industriële revolutie mede mogelijk maakten. Men hoefde niet meer massaal in de landbouw te werken omdat voedsel geconserveerd kon worden. Arbeiders konden in plaats van op de akkers in fabrieken gaan werken. 

Inmiddels is vers niet meer schaars en kunnen we alles wat we maar willen het hele jaar door vers eten. Vers staat op een voetstuk; we eten het liefst vers want dat is gezond en lekker.

De verscultuur heeft echter ook schaduwkanten. Alles vers vraagt om een ingewikkelde en energie-intensieve logistiek. Streng beleid ten aanzien van houdbaarheid en een hoge esthetische norm zorgen voor veel voedselverspilling in het verssegment. Daarmee heeft de verscultuur een relatief grote footprint. Met het zicht op een groeiende en steeds welvarender wereldbevolking is een voedselsysteem dat dermate op vers leunt niet houdbaar.

Coco Conserven ziet hier een grote kans en gaat zich vol richten op de kunst van het conserveren; we beginnen met het conservenblik.